Afgelopen jaren hebben AI-tools de wereld van softwareontwikkeling volledig veranderd, in een tempo dat nauwelijks bij te houden is. Wat begon als een handige tool die code aanvulde, is uitgegroeid tot een werkomgeving waarin projecten die vroeger weken duurden, nu in dagen worden opgeleverd. Maar maakt dat de developer overbodig? Volgens Pieter Bos, Front End Developer bij De Nieuwe Zaak is het tegenovergestelde waar. “Jouw eigen kennis is relevanter dan ooit.” In deze editie van De Nieuwste Zaken duiken we in de nieuwe werkelijkheid van development.
De eerste ervaring
Het was eind 2022 toen Pieter voor het eerst GitHub Copilot begon te gebruiken. “Ik zat naast collega’s te werken en ineens zag ik dat mijn code uit zichzelf werd aangevuld," herinnert hij zich. “Het systeem wist precies wat ik wilde gaan schrijven.”
Wat toen aanvoelde als magie, is inmiddels de standaard geworden. Tools die AI-modellen gebruiken, zoals Claude en ChatGPT begrijpen complexe programmeertaken steeds beter en sneller. Voor e-commerce organisaties betekent dit dat de drempel voor maatwerkoplossingen drastisch is verlaagd.
Applicaties bouwen op turbosnelheid
De impact van deze versnelling is niet alleen technisch, maar vooral strategisch. Pieter schetst een concreet voorbeeld uit de praktijk rondom BigCommerce. “BigCommerce heeft van huis uit geen systeem voor lokalisaties in de code. Normaal gesproken zou het bouwen van een applicatie die de repository uitleest, vertalingen verwerkt en automatisch pull-requests aanmaakt, zeker drie weken kosten. Ik heb het met behulp van AI in een halve dag gebouwd.”
Voor marketeers en e-commerce managers raakt dit de kern van de verandering. De 'time-to-market' voor specifieke tools, koppelingen of unieke features op een platform kan tegenwoordig een stuk sneller. Het stelt bureaus in staat om veel sneller prototypes te tonen en complexe migraties, die voorheen begrotings-technische nachtmerries waren, efficiënter aan te vliegen. De vraag is niet langer of het gebouwd kan worden, maar hoe snel de business de nieuwe mogelijkheden kan adopteren.
De developer wordt manager
“Je moet AI zien als een team van junior en medior developers in je gereedschapskist,” legt Pieter uit. Dit verandert de rol van de menselijke developer in de basis. De focus verschuift van het schrijven van de regels code naar het uitzetten van de kaders.
Pieter: “Je zit in de regiestoel. Je moet de AI aansturen, plannen maken en de output controleren. Als je AI zomaar zijn gang laat gaan, krijg je misschien een werkende applicatie, maar die is vaak niet onderhoudbaar of bevat complicaties. Je bent geen code-klopper meer; je bent een architect die de guardrails bewaakt.”
Deze verschuiving vraagt om een andere mindset. Het gaat niet meer om de vraag ‘hoe schrijf ik dit?’, maar ‘hoe deel ik dit probleem op in hapklare brokjes die mijn AI-team perfect kan uitvoeren?’.
“Je bent geen code-klopper meer; je bent een architect die de guardrails bewaakt.”
De waarde van 'oude' vakkennis blijft
Interessant genoeg zorgt de opkomst van AI voor een herwaardering van ‘oude’ vakkennis. Pieter merkt dat de klassieke design patterns uit dikke softwareboeken van vroeger relevanter zijn dan ooit. “Om AI een goed antwoord te laten geven, moet je problemen opdelen. De methodieken om complexe software te structureren, komen allemaal weer terug. Die vakkennis heb je nodig om je AI-model te voeden met de juiste context.”
Daarnaast is er de keuze van de juiste tool voor de juiste taak. Waar ChatGPT handig is voor abstracte vraagstukken en spraakgestuurde interactie, zweert Pieter bij tools als Cursor voor het echte programmeerwerk. “Cursor kijkt naar je hele repository, de opslag van je website. Het snapt de context van je bestaande code. Dat is essentieel voor de kwaliteit. Je combineert verschillende tools: Claude voor de diepe logica, Cursor voor als je zelf nog code schrijft met AI-hulp”.
Sparren met je computer
Hoe ziet de nabije toekomst eruit? Pieter ziet een verdere verschuiving naar voice en natuurlijke taal. “Ik praat nu al vaak tegen mijn computer om uit te leggen wat ik wil bouwen. Het wordt steeds meer een interactie, alsof je met een collega spart.”
De drempel voor niet-developers om dingen te bouwen wordt lager, maar de noodzaak voor experts die de kwaliteit bewaken wordt juist groter. We gaan naar een model waarbij minder ontwikkelaars nodig zijn om hetzelfde (of meer) werk te verzetten, maar waarbij die ontwikkelaars wel een veel breder palet aan skills moeten hebben: van business analyse en architectuur tot prompt engineering en kritische review.
Wat doe je morgen anders?
De transformatie in development biedt enorme kansen, maar vraagt ook om een actieve houding van zowel developers als hun opdrachtgevers. De belangrijkste lessen van Pieter Bos:
-
Stel de regievraag: Als developer moet je jezelf afvragen: ben ik nog aan het typen of ben ik aan het delegeren? Durf de executie vaker los te laten, maar verlies de controle over de architectuur nooit uit het oog.
-
Maak plannen, geen losse flodders: AI presteert het best wanneer je een probleem eerst volledig ontleedt. Goede documentatie en een strak plan vooraf zijn de brandstof voor goede AI-output.
-
Laat AI zijn eigen werk testen: Gebruik AI om unit tests te schrijven voor de code die het net gegenereerd heeft. Dit creëert een zelfcorrigerend systeem dat de betrouwbaarheid van snelle ontwikkelingen waarborgt.
-
Blijf experimenteren: De workflow van vandaag is morgen weer verouderd. Blijf tools als Cursor, Claude en de nieuwste plugins proberen om te ontdekken wat het best past bij jouw specifieke uitdagingen.
Onderaan de streep is de conclusie helder: AI is geen vervanging van de developer, maar een enorme hefboom. Wie de regiestoel durft op te eisen, bouwt in een middag wat voorheen in die tijd onmogelijk leek.